Schone voertuigen in je inschrijving: zo maak je jouw aanbod overtuigend | Roger

Schone voertuigen in je inschrijving: zo maak je jouw aanbod overtuigend
In eerdere blogs schreven we over het belang van duurzaamheid bij aanbestedingen. In de mobiliteitssector helpt investeren in een duurzaam wagenpark je als inschrijver om voorbereid te zijn op de eisen van opdrachtgevers. Maar die investering moet je ook kunnen vertalen naar een sterke inschrijving. Welke voertuigen zet je in voor deze opdracht? Wanneer zijn ze beschikbaar? En hoe laat je zien dat je jouw belofte tijdens de uitvoering kunt waarmaken?
Die vragen zijn sinds dit jaar extra relevant. Op 1 januari 2026 begon de tweede periode van de Regeling bevordering schone wegvoertuigen (Rbsw), met aangescherpte voorwaarden. Inmiddels zijn we ruim negen maanden verder en komen deze voorwaarden terug in actuele uitvragen. Voor inschrijvers draait het daarmee om de praktische gevolgen: past je wagenpark bij wat de opdrachtgever vraagt, en hoe onderbouw je dat?
Een goed moment dus om de stap van regels naar inschrijven te maken. In deze blog laten we zien hoe je de voertuigeisen leest, jouw inzet concreet maakt en een aanbod schrijft dat overtuigt én uitvoerbaar is.
Voor wie is dit relevant?
Voor wie is deze regelgeving ook alweer relevant? De Rbsw verplicht opdrachtgevers, maar als inschrijver kom je de eisen tegen in de aanbestedingsstukken. Dat geldt voor veel sub-branches binnen mobiliteit: van openbaar busvervoer en leerlingen- of Wmo-vervoer tot besloten busvervoer, afvalinzameling en pakketbezorging. Ook wie voertuigen levert, least of verhuurt aan een overheidsorganisatie, valt eronder. Draait jouw opdracht om voertuigen of vervoer? Dan is de kans groot dat schone of emissievrije voertuigen een rol spelen in je volgende inschrijving.
CVD en Rbsw: wat is het verschil?
De Clean Vehicles Directive (CVD) is de Europese richtlijn die de markt voor schone en energiezuinige wegvoertuigen via publieke inkoop wil stimuleren. Nederland heeft deze richtlijn uitgewerkt in de Regeling bevordering schone wegvoertuigen (Rbsw). Die regeling geldt al sinds augustus 2021 voor aanbestedende diensten bij bepaalde Europese aanbestedingen voor voertuigen en vervoersdiensten, waaronder openbaar vervoer en speciaal personenvervoer over land.
Op 1 januari 2026 begon de tweede periode van de Rbsw, die loopt tot en met 2030. Voor auto’s en bestelbussen bleef het minimumpercentage van 38,5% gelijk, maar voor dat percentage tellen nu alleen emissievrije voertuigen mee. Voor zware voertuigen steeg het minimumpercentage van 10% naar 15% en voor bussen van 45% naar 65%. De percentages gelden voor aanbestedende diensten over een referentieperiode en per voertuigcategorie. Ze zijn dus niet automatisch de eis waaraan iedere afzonderlijke inschrijving moet voldoen. De handreiking van PIANOo over de Rbsw helpt opdrachtgevers bij de toepassing en registratie. Voor jou als inschrijver zijn uiteindelijk de aanbestedingsstukken bepalend: daarin staat wat deze opdrachtgever precies vraagt en hoe jouw aanbod wordt beoordeeld.
Begin bij de uitvraag, niet bij je wagenpark
Heb je elektrische voertuigen in je vloot? Dan wil je die natuurlijk laten zien. Maar een overzicht van je hele wagenpark zegt nog niet hoeveel voertuigen je daadwerkelijk voor één opdracht kunt inzetten. Lees daarom eerst zorgvuldig wat er in de leidraad, het programma van eisen en de gunningscriteria staat.
Gaat het om een minimumeis waaraan je vanaf de start van het contract moet voldoen? Krijg je extra punten voor een hogere inzet? Welke voertuigcategorieën tellen mee en op welk moment moeten de voertuigen beschikbaar zijn? Kijk ook wat de opdrachtgever vraagt aan onderbouwing. Zijn de aantallen of definities onduidelijk, stel daar dan tijdig een vraag over in de Nota van Inlichtingen.
Tip: zet de voertuigeisen in een kort overzicht naast je operationele planning. Zo zie je vroeg in het inschrijfproces of je belofte aansluit op de ritten, capaciteit en startdatum van de opdracht.
Welke voertuigen zet je écht in voor deze opdracht?
Stel: je schrijft in op een opdracht voor het vervoer van leerlingen van en naar school. Je beschikt over twintig voertuigen, waarvan er acht emissievrij zijn. Die acht rijden echter ook voor andere opdrachtgevers. Dan is 'wij beschikken over acht emissievrije voertuigen' nog geen antwoord op de vraag hoeveel je er voor deze nieuwe opdracht inzet.
Maak duidelijk hoe je de capaciteit verdeelt. Welke voertuigen zijn beschikbaar voor deze opdracht, op welke momenten en met welke reserveruimte voor pieken of uitval? Als voertuigen wisselend worden ingezet, leg dan uit hoe je berekent welk deel redelijkerwijs aan deze dienstverlening is toe te rekenen. PIANOo noemt die toerekening expliciet in de handreiking, juist omdat een gedeelde vloot niet eenvoudig aan één opdrachtgever is te koppelen.
Je hoeft daarbij geen mooier getal te presenteren dan je kunt waarmaken. Een navolgbare berekening, met duidelijke aannames over ritten en voertuigbeschikbaarheid, geeft een opdrachtgever meer houvast dan een ambitieus percentage zonder uitleg.
Maak de overstap uitvoerbaar
Misschien is je beoogde vloot nog niet compleet bij het indienen van de inschrijving. Nieuwe voertuigen moeten worden geleverd, laadmogelijkheden moeten worden geregeld of chauffeurs gaan met een andere planning werken. Beschrijf dan niet alleen het eindbeeld, maar ook de stappen ernaartoe.
Wie is verantwoordelijk voor de bestelling en ingebruikname? Wanneer zijn de voertuigen inzetbaar? Past de laadcapaciteit bij de ritplanning? En hoe blijft de dienstverlening doorgaan als een levering later komt of een voertuig tijdelijk uitvalt? Het antwoord hangt af van de opdracht. Een vervoersplan wordt overtuigend wanneer planning, capaciteit en risico's op elkaar aansluiten.
Voorbeeld: beloof je dat vanaf de start van het contract twaalf emissievrije voertuigen beschikbaar zijn, terwijl vier daarvan nog geleverd moeten worden? Laat dan zien wanneer die vier worden verwacht, hoe je de ingebruikname organiseert en welke oplossing je hebt als de planning schuift. Controleer daarbij of die oplossing voldoet aan de eisen van de uitvraag.
Zorg dat je belofte controleerbaar blijft
Een inschrijving eindigt niet bij de gunning. De opdrachtgever wil ook tijdens het contract kunnen nagaan of de toegezegde schone voertuigen daadwerkelijk worden ingezet. Denk daarom al tijdens het schrijven na over de informatie die je kunt vastleggen en delen.
De handreiking noemt bijvoorbeeld kentekens, laad- of brandstofgegevens en een verifieerbare rekenmethode voor voertuigen die op meerdere opdrachten rijden. Dat zijn voorbeelden van mogelijke controles, geen standaardlijst met documenten die iedere inschrijver moet aanleveren. Kijk welke rapportage de aanbestedingsstukken en het contract voorschrijven en sluit je werkwijze daarop aan.
Tip: laat iemand uit de operatie je conceptinschrijving meelezen. Kan diegene straks de toegezegde inzet plannen, volgen en aantonen? Als het antwoord nee is, moet het plan scherper voordat je indient.
Van duurzame ambitie naar een sterke inschrijving
Een duurzaam wagenpark vormt een goede basis. In je inschrijving maak je vervolgens duidelijk wat de opdrachtgever daarvan mag verwachten. Lees de voertuigeisen zorgvuldig, onderbouw welke voertuigen je voor de opdracht inzet en laat zien hoe je die inzet tijdens het contract waarmaakt. Waar de gunningscriteria extra duurzame inzet belonen, kun je daarmee ook je kwaliteitsscore versterken.
Hulp nodig om de eisen van jouw mobiliteitsaanbesteding te vertalen naar een overtuigend en haalbaar plan? Roger denkt graag met je mee.

Benieuwd wat Roger voor jou kan betekenen? Maak een afspraak!
Plan direct een afspraak in of geef ons een belletje!